Jethro Wegenaar (37) uit Duiven werkt nu vier jaar als zorgcoördinator voor team Lent/Willemskwartier in Nijmegen. Daarvoor was hij acht jaar werkzaam als begeleider. Hij vertelt wat hij zoal doet, en waarom het zo leuk is om bij de RIBW te werken.

Wat houdt jouw werk in?

Kortgezegd komt het erop neer dat ik zorg voor de verbinding met mijn team en de cliënten. Ik bewaak de kwaliteit van zorg en coördineer de in-, door- en uitstroom van cliënten. Samen met mijn team bekijk ik welke zorgvraag er ligt en wat we daarmee kunnen binnen ons zorgaanbod. De benodigde zorg stem ik af met de betrokken begeleiders. Bij cliënten sluit ik indien nodig aan bij evaluatiegesprekken, of als er ontregeling is binnen de begeleiding. We kijken samen welke afspraken of randvoorwaarden nodig zijn voor de juiste zorg. Soms betrek ik iemands sociale of formele netwerk daarbij.

Iedere zorgcoördinator vult de functie op zijn of haar eigen manier in. Je hebt er best wat handelingsvrijheid in hoe jij jouw taak wil invullen, grotendeels in samenspraak met je team. Ik kijk mee als het lastige casuïstiek is, stel vragen en stuur om de zorg, als dat nodig is, anders in te richten. We werken vanuit zelforganisatie en zijn echt allemaal gelijk aan elkaar qua hiërarchie. Dat houdt in dat iedereen een andere taakverantwoordelijkheid heeft.

'Als team krijgen we veel vrijheid om de zorg in te richten’

Hoe ziet jouw werkweek eruit?

Iedere maandag studeer ik aan de deeltijdopleiding Master Social Work. Ik ben op dinsdag aanwezig op de BW-locatie in Lent en woensdag werk ik op de BW-locatie Tollensstraat in Nijmegen. Hier praat ik met cliënten, sluit aan bij koffiemomenten en wandel mee tijdens de gezamenlijke wandeling. Op donderdag heb ik vaak vergaderingen en zorgcoördinatorentijd. Met alle collega’s heb ik eens per vier weken werkbegeleidingsgesprekken. Ik werk 36 uur. Alles is goed te combineren, al is het wel pittig met een gezinsleven en je structuur. Als ik mijn werkweek start met een studiedag op maandag, loop ik op dinsdag soms achter de feiten aan. Daar moet ik nog beter een balans in vinden.

Met hoeveel mensen werk je?

Ons team bestaat uit achttien collega's, inclusief één stagiaire: vier ondersteunend woonbegeleiders, twaalf begeleiders en ik als zorgcoördinator. In Lent hebben we een beschermd wonen locatie van tien bewoners, gemengd Wmo, Wlz en Fz. In Nijmegen hebben we een locatie van 21 bewoners, ook een mix. Het is een superfijn team. Ik denk dat het voor je werk heel erg scheelt in wat voor een team je terechtkomt. Alle collega's geven aan dat ze eigenlijk nog nooit in zo'n warm bad zijn gestapt, qua team.

Wat maakt het team zo fijn?

Ik denk dat dat we een goede balans van verschillende mensen hebben binnen het team, en ook binnen de organisatie. Aan de ene kant heb je de zorger, aan de andere kant de criticus. Juist die verschillende perspectieven, die andere invalshoeken, het milieu waar iedereen vandaan komt: dat moet gemêleerd en gevarieerd zijn om goede zorg te kunnen bieden.

Wanneer ben je overgestapt naar wat je nu doet?

Vier jaar geleden ben ik zorgcoördinator geworden, een wereld van verschil. Ik heb nu meer afstand tot de cliënt. Als begeleider voer je persoonlijke ontwikkelgesprekken met de cliënt. Je staat naast de cliënt met zorgplannen en doelen. Als zorgcoördinator kijk ik meer vanuit helikopterview hoe die zorg wordt geboden aan de cliënten. Hoe doen collega's dat? Waar lopen ze tegenaan? Hoe kunnen we zorgen dat we de goede zorg leveren met elkaar? Daar stuur en coördineer ik de collega’s in, onder meer met werkbegeleiding. Dat is het verschil tussen begeleider en zorgcoördinator: je hebt nu anders contact met je collega’s en ook vanuit een andere rol met cliënten.

Ging het goed, de overstap naar zorgcoördinator?

In het begin was het echt wennen dat ik in een ander team terechtkwam. Het liep daar minder gestroomlijnd en dat was een fikse uitdaging. Het was ook zoeken wat er van mij werd verwacht. Als beginnend zorgcoördinator word je gecoacht en dat kwam goed uit met de dynamiek in het team. Het was echt fijn dat daar vanuit de RIBW ruimte voor is. Met de directeur heb ik regelmatig kunnen sparren en zo mijn eigen draai kunnen vinden. Dat is in het begin vooral heel veel niks doen: op je handen zitten en kijken wat er gebeurt. En vragen wat maakt het dat jullie dit doen zoals jullie dit doen. Nieuwsgierig onderzoekend zijn, proactief in benadering en rustig, luisterend en relativerend in gesprek.

Wat moet je kunnen voor dit werk?

Je moet leren aansluiten bij een client, met alle beperkingen en dagelijkse dingen waar die tegenaan loopt. En dan proberen kleine stapjes te zetten of te stabiliseren. Het kan lastig zijn om op je handen te moeten zitten. We willen graag oppakken, we willen graag doen. Als de vaatwasser vol is of er rotzooi op de grond ligt, willen we het opruimen. Als een cliënt gevallen is, willen we de pleister plakken. Als een bewoner een vraag heeft, willen we die meteen gaan oplossen. Het kan goed zijn iemand het zelf te laten doen, als dat kan. De cliënt mag ook ervaren dat leven met een psychiatrische aandoening lastig is. En wij mogen een vangnet zijn.

Als zorgcoördinator kijk je met meer op afstand naar een casus, naar een cliënt en naar de zorg. Op afstand kun je makkelijker de kritische en verdiepende vragen stellen. En af en toe ook wat adviserend, sturend zijn. Dat is een rol die je moet passen. Ik denk dat iedere zorgcoördinator het net even anders doet. Zelf ben ik absoluut niet directief. Zo is de organisatie ook niet. Ik probeer een collega in zijn of haar kracht te zetten, hoe cliché dat ook klinkt. Dat is ook wat we met de bewoners en de cliënten proberen te doen. Maar ook bij een collega stel ik de vraag: waar ben je goed in? Je hoeft niet overal goed in te zijn, maar hoe kun je aansluiting vinden bij een bewoner? En hoe kun je met elkaar een relatie opbouwen en tot goede zorg komen?

Ook moet je weten hoe je medewerkers individueel en in teamverband kunt sturen en ondersteunen en kennis hebben van psychopathologie. Verder moet je de nodige sociale vaardigheden hebben en jezelf hierin verbeteren. Tenslotte moet je de belangen vanuit verschillende perspectieven kunnen belichten. Denk aan de cliënt, de medewerker, de RIBW en andere organisaties in de keten. Daar moet je met elkaar de gulden middenweg in zien te vinden en dat allemaal coördineren en stroomlijnen. En je moet beschikken over een kritische blik en doorzettingsvermogen in het blijven stimuleren en motiveren van cliënten en begeleiders.

Waarom werk je bij de RIBW?

De RIBW is een fijne werkgever met veel regelruimte. Eigen inbreng en een proactieve houding worden gewaardeerd. Je hebt het gevoel dat je werk ertoe doet en kunt echt bijdragen aan kwalitatieve goede dienstverlening voor onze bewoners. Iedereen heeft recht op goede zorg en ik wil daar een steentje aan bijdragen. Ik vind het ook fantastisch dat de RIBW een platte organisatie is. Je hebt niet allerlei lagen waarin beslissingen worden genomen en waarin uitgevoerd moet gaan worden. Je hebt als team vanuit zelforganisatie super veel vrijheid om de primaire zorg in te richten. Dat maakt ook dat we als team onze eigen focus kunnen leggen. Als wij behoefte hebben aan een bepaalde ontwikkeling of scholing, dan gaan we ons daarop focussen. Ieder team kan afzonderlijke keuzes maken, binnen de kaders van de organisatie.

andere interessante nieuwsartikelen