Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het omgaan met huisdieren lichamelijke voordelen biedt, zoals meer ontspanning en een lagere bloeddruk. Maar huisdieren kunnen ook steun geven, motiveren, het zelfbeeld verbeteren en contacten bevorderen. Enkele cliënten en begeleiders vertellen over de toegevoegde waarde van huisdieren op hun bescherm wonen locatie.

Als ik binnenkom op de woongroep in Nijmegen, staat Elise al op me te wachten: “Jij komt zeker voor het interview over de cavia’s en konijnen? Ik heb vissen.” Elise wijst me de weg naar de sfeervolle huiskamer waar inmiddels enkele cliënten klaar zitten om te vertellen over de huisdieren waarvoor ze samen zorgen.

Angela (begeleider): “Binnen de RIBW was het lange tijd niet vanzelfsprekend om dieren op de groep te hebben. En eigenlijk is dat nog steeds niet het geval. Daar is een reden voor. Het hebben van een dier kan heel veel goeds opleveren. Maar voordat je uiteindelijk kiest voor een dier in een woonvoorziening is het nodig om goed te overwegen of het past. Belangrijk is dat de vraag vanuit de bewoners zelf komt en dat ze goed voor de dieren kunnen zorgen. Ook moet duidelijk zijn dat de cliënten geen allergie hebben. We maken op onze locatie een onderscheid tussen dieren die het eigendom zijn van de cliënten, dieren die hier zo nu en dan te gast zijn, zoals kat Manuel, en de gemeenschappelijke dieren."

Eigen dier
Drie bewoners hebben een kat en één bewoner heeft een hond. Angela: "Als een bewoner aangeeft een eigen huisdier te willen, maken we duidelijke afspraken. Allereerst willen we weten of iemand langdurig bereid én in staat is om voor een dier te zorgen. Het mag geen bevlieging zijn. Ook moet het voor de bewoner financieel haalbaar zijn, want bij het goed zorgen voor een dier komen de nodige kosten kijken. Deze zijn helemaal voor rekening van de bewoner. En het dier mag geen overlast veroorzaken. Alleen al het geregeld blaffen van een hond kan irritatie geven bij medebewoners. De RIBW kaders over het houden van huisdieren in BW’s is te vinden in ‘Beleid huisdieren in woongroepen’ op Starling. Wij leggen daarnaast alle afspraken vast in een document. Daarin staat bijvoorbeeld wie er voor het dier zorgt als de cliënt dit niet (meer) zelf kan. Bij wijze van spreken moet binnen een uur iemand ter plaatse kunnen zijn om het dier op te halen als het nodig is."

Goudvissen
In de tuin van de woonvoorziening ligt een vijvertje. Daarin zwemmen de goudvissen van Elise. Elise laat me vol trots haar vissen zien en vertelt enthousiast over de plannen voor een nieuwe grotere vijver dit voorjaar. Haar vader helpt haar met het realiseren ervan. Elise betaalt zelf de kosten. Ze laat mij ook haar vissen zien die ze in een groot aquarium op haar kamer heeft. “Voordat Elise haar vissen had, leefde ze een teruggetrokken bestaan. Sinds er een vijver is, sluit ze veel meer aan bij de groep en zien we haar regelmatig zitten op het bankje in tuin naast de vissen,” aldus Angela.

Gezelschapskat
Begeleider Mariëlle neemt tot grote vreugde van veel bewoners geregeld haar kat Manuel mee. Deze knuffelkat voelt zich erg op zijn gemak in het gezelschap van de cliënten. De kat mag niet naar buiten en bewoner Wesly ziet daar nauwlettend op toe. Als Manuel er is, komt Elise regelmatig naar beneden om zijn gezelschap op te zoeken. “De kat doet echt iets met de bewoners, ze zijn veel vrolijker. De kat voelt dat bewoners zijn nabijheid nodig hebben, zegt begeleider Richard.”

Hond
Op de vraag of er een hond op een beschermd wonen voorziening kan wonen, zegt Angela direct nee. Angela legt uit: “Een hond, en zeker als het een hulphond is, vraagt om een goede training. Dat is niet iedereen gegeven. Daarbij heeft een hond bij voorkeur één baas. Op een groep als deze werkt dit niet want iedereen zou deze rol willen hebben. Dit zou heel onduidelijk zijn voor de hond, maar ook onrust geven op de groep.”

Spannend
Angela: “Het was best spannend toen de eerste dieren op de groep kwamen. We hadden van de bewoners de toezegging gekregen dat ze er goed voor zouden zorgen, maar dit weet je natuurlijk nooit helemaal zeker. We hadden niet durven dromen dat het zo’n succes zou worden. Als je een dier neemt, komt daar veel bij kijken. Naast het voer, moeten er een hok en allerlei accessoires komen. Richard: “We hebben verschillende bedrijven aangeschreven met de vraag of ze ons konden sponsoren. Dat is goed gelukt. Het konijnenhok is gemaakt door de bewoners van een oude kast. Iedereen draagt zijn steentje bij. De cliënten die verantwoordelijk zijn voor het eten van de dieren krijgen extra geld om voer te kopen."

Bert en Ernie
Patricia, een van de bewoners, is dol op cavia’s. “De cavia’s waren hier het eerst. We hebben ze, inclusief hok en voer, gekregen van een gezin waarvan de kinderen allergisch waren.” Trots vertelt ze dat zij de namen heeft bedacht: “Bert heeft een rood oog en Ernie heeft een zwart met witte vacht. Ik sta altijd vroeg op en geef dan meteen de cavia’s Bert en Ernie te eten. Het voeren van de cavia’s en het schoonmaken van de hokken helpt mij. Ook om de juiste keuzes te maken. Vroeger liep ik wel eens weg. Dat doe ik niet meer, want ik moet er voor de cavia’s zijn," aldus Patricia.

Victor en Rolf
Het bleef niet bij twee cavia’s. Inmiddels hebben twee Vlaamse reuzen een thuis gevonden op de groep. Bewoonster Fien zorgt graag voor Victor en Rolf, want zo heten ze. Fien vertelt: “Elke ochtend om 10.00 uur maak ik het hok schoon en geef ik ze takken om mee te spelen. Eerst vond ik het altijd lastig om ’s morgens uit bed te komen, maar nu niet meer. Ook geven de konijnen mij troost als ik down ben. Omdat ik elke ochtend bij ze ben, kennen ze me ook echt.” Fien heeft zo haar favoriet. “Rof, de grootste van de twee, is het leukst. Met hem kan ik heerlijk knuffelen.”

Angela vertelt: “Een van de bewoners is erg op zichzelf en snel overprikkeld. Zij komt dan ook zelden haar kamer uit. Maar de konijnen zijn voor haar een reden om om 6.00 uur haar bed uit te komen. Wat ons en Pro Persona in al die jaren niet gelukt is, hebben de Vlaamse reuzen wel voor elkaar gekregen.”

Dagbesteding
Richard: “De komst van dieren veroorzaakt in het begin onrust, merken we. De cliënten voelen zich allemaal verantwoordelijk voor de verzorging en dan kunnen er onduidelijkheden ontstaan over wie wat doet. Het heeft dus even tijd nodig (red. 2 tot 3 maanden) om in te slijten.” “Wij zien het zorgen voor de dieren als een vorm van dagbesteding,” aldus Angela. “We begeleiden mensen bij de structurele zorg voor de dieren. We zien dat de structuur en de verantwoordelijkheid die de zorg vraagt veel met onze bewoners doet. Daarbij geeft de aanwezigheid van de dieren veel plezier voor de hele groep. Dieren op de groep hebben voor ons allemaal een grote meerwaarde.”

andere interessante nieuwsartikelen

Life Goals Festival Nijmegen 2024
Life Goals Festival Nijmegen 2024
3 minuten
De RIBW zoekt jouw hulp!
De RIBW zoekt jouw hulp!
3 minuten